kankeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of kankeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: kankeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kankerend
Past participle - Verleden deelwoord: gekankerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkanker
jijkankert
hijkankert
wijkankeren
julliekankeren
zijkankeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekankerd
jijhebt gekankerd
hijheeft gekankerd
wijhebben gekankerd
julliehebben gekankerd
zijhebben gekankerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkankerde
jijkankerde
hijkankerde
wijkankerden
julliekankerden
zijkankerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekankerd
jijhad gekankerd
hijhad gekankerd
wijhadden gekankerd
julliehadden gekankerd
zijhadden gekankerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal kankeren
jijzult kankeren
hijzal kankeren
wijzullen kankeren
julliezullen kankeren
zijzullen kankeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekankerd hebben
jijzult gekankerd hebben
hijzal gekankerd hebben
wijzullen gekankerd hebben
julliezullen gekankerd hebben
zijzullen gekankerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou kankeren
jijzou kankeren
hijzou kankeren
wijzouden kankeren
julliezouden kankeren
zijzouden kankeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekankerd hebben
jijzou gekankerd hebben
hijzou gekankerd hebben
wijzouden gekankerd hebben
julliezouden gekankerd hebben
zijzouden gekankerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkanker

Translations

  • bitch, complain (about something) spitefully
  • kvetch, whine or complain, often needlessly and incessantly
  • complain, to make a formal accusation or bring a formal charge
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From kanker + -en. The sense “to complain” originated in the Dutch East Indies.

    Additional Information