kallen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of kallen

The word "kallen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: kallen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kallend
Past participle - Verleden deelwoord: gekald

Cognates

See the 6 cognates of kallen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkal
jijkalt
hijkalt
wijkallen
julliekallen
zijkallen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekald
jijhebt gekald
hijheeft gekald
wijhebben gekald
julliehebben gekald
zijhebben gekald

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkalde
jijkalde
hijkalde
wijkalden
julliekalden
zijkalden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekald
jijhad gekald
hijhad gekald
wijhadden gekald
julliehadden gekald
zijhadden gekald

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal kallen
jijzult kallen
hijzal kallen
wijzullen kallen
julliezullen kallen
zijzullen kallen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekald hebben
jijzult gekald hebben
hijzal gekald hebben
wijzullen gekald hebben
julliezullen gekald hebben
zijzullen gekald hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou kallen
jijzou kallen
hijzou kallen
wijzouden kallen
julliezouden kallen
zijzouden kallen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekald hebben
jijzou gekald hebben
hijzou gekald hebben
wijzouden gekald hebben
julliezouden gekald hebben
zijzouden gekald hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkal

Verbs similar to 'kallen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch callen, from Old Dutch *kallon, from Proto-West Germanic *kalʀōn, from Proto-Germanic *kalzōną. See: Middle Dutch 'callen', Old Dutch '*kallon', Proto-Germanic '*kalzōną'.

Verbs referencing "kallen"

English call, German, old spelling kallen.

Additional Information