inschakelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of inschakelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: inschakelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: inschakelend
Past participle - Verleden deelwoord: ingeschakeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikschakel in
jijschakelt in
hijschakelt in
wijschakelen in
jullieschakelen in
zijschakelen in

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ingeschakeld
jijhebt ingeschakeld
hijheeft ingeschakeld
wijhebben ingeschakeld
julliehebben ingeschakeld
zijhebben ingeschakeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikschakelde in
jijschakelde in
hijschakelde in
wijschakelden in
jullieschakelden in
zijschakelden in

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ingeschakeld
jijhad ingeschakeld
hijhad ingeschakeld
wijhadden ingeschakeld
julliehadden ingeschakeld
zijhadden ingeschakeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal inschakelen
jijzult inschakelen
hijzal inschakelen
wijzullen inschakelen
julliezullen inschakelen
zijzullen inschakelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ingeschakeld hebben
jijzult ingeschakeld hebben
hijzal ingeschakeld hebben
wijzullen ingeschakeld hebben
julliezullen ingeschakeld hebben
zijzullen ingeschakeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou inschakelen
jijzou inschakelen
hijzou inschakelen
wijzouden inschakelen
julliezouden inschakelen
zijzouden inschakelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ingeschakeld hebben
jijzou ingeschakeld hebben
hijzou ingeschakeld hebben
wijzouden ingeschakeld hebben
julliezouden ingeschakeld hebben
zijzouden ingeschakeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijschakel in

Translations

  • activate, to put into operation
  • enable, to give power, sanction or authorization to; to provide with abilities, means, opportunities
  • enable, to activate a function of an electronic or mechanical device
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aandoen
    aandraaien, aansteken, aanzetten, starten
    aanzetten
    aandoen, aandraaien, starten

    Antonyms

    aandoen
    uitdoen, afleggen, uittrekken
    aanzetten
    afzetten, stilzetten, uitschakelen, uitzetten

    Sample Sentences

    Etymology

    From in + schakelen (“to switch”).

    Additional Information