handhaven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of handhaven

The word "handhaven" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: handhaven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: handhavend
Past participle - Verleden deelwoord: gehandhaafd

Cognates

See the 2 cognates of handhaven

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhandhaaf
jijhandhaaft
hijhandhaaft
wijhandhaven
julliehandhaven
zijhandhaven

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gehandhaafd
jijhebt gehandhaafd
hijheeft gehandhaafd
wijhebben gehandhaafd
julliehebben gehandhaafd
zijhebben gehandhaafd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhandhaafde
jijhandhaafde
hijhandhaafde
wijhandhaafden
julliehandhaafden
zijhandhaafden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gehandhaafd
jijhad gehandhaafd
hijhad gehandhaafd
wijhadden gehandhaafd
julliehadden gehandhaafd
zijhadden gehandhaafd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal handhaven
jijzult handhaven
hijzal handhaven
wijzullen handhaven
julliezullen handhaven
zijzullen handhaven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gehandhaafd hebben
jijzult gehandhaafd hebben
hijzal gehandhaafd hebben
wijzullen gehandhaafd hebben
julliezullen gehandhaafd hebben
zijzullen gehandhaafd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou handhaven
jijzou handhaven
hijzou handhaven
wijzouden handhaven
julliezouden handhaven
zijzouden handhaven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gehandhaafd hebben
jijzou gehandhaafd hebben
hijzou gehandhaafd hebben
wijzouden gehandhaafd hebben
julliezouden gehandhaafd hebben
zijzouden gehandhaafd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhandhaaf

Verbs conjugated like 'handhaven'

aandraven, aaneenkleven, aanschaven, afroven, afschaven, afsloven, beleven, beloven, beroven, beschaven, beven, dichtreven, doven, draven, geloven, kleven, kloven, laven, leven, loven, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'handhaven'

Translations

  • enforce, to keep up
  • maintain, to keep up
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch hanthaven, from Middle High German hanthaben, itself a calque from Old French maintenir, from Vulgar Latin manūteneō. Likely based also on Middle Dutch handhave (“handle”). Cognate with German handhaben. See: Middle High German 'hanthaben', Old French 'maintenir', German, old spelling 'handhaben'.

    Verbs referencing "handhaven"

    Afrikaans handhaaf, Danish håndhæve.

    Additional Information