grollen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of grollen

The word "grollen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: grollen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: grollend
Past participle - Verleden deelwoord: gegrold

Cognates

See the 3 cognates of grollen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgrol
jijgrolt
hijgrolt
wijgrollen
julliegrollen
zijgrollen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gegrold
jijhebt gegrold
hijheeft gegrold
wijhebben gegrold
julliehebben gegrold
zijhebben gegrold

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgrolde
jijgrolde
hijgrolde
wijgrolden
julliegrolden
zijgrolden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gegrold
jijhad gegrold
hijhad gegrold
wijhadden gegrold
julliehadden gegrold
zijhadden gegrold

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal grollen
jijzult grollen
hijzal grollen
wijzullen grollen
julliezullen grollen
zijzullen grollen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gegrold hebben
jijzult gegrold hebben
hijzal gegrold hebben
wijzullen gegrold hebben
julliezullen gegrold hebben
zijzullen gegrold hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou grollen
jijzou grollen
hijzou grollen
wijzouden grollen
julliezouden grollen
zijzouden grollen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gegrold hebben
jijzou gegrold hebben
hijzou gegrold hebben
wijzouden gegrold hebben
julliezouden gegrold hebben
zijzouden gegrold hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgrol

Verbs similar to 'grollen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "grollen"

English growl.

Additional Information