getuigen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of getuigen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: getuigen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: getuigend
Past participle - Verleden deelwoord: getuigd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgetuig
jijgetuigt
hijgetuigt
wijgetuigen
julliegetuigen
zijgetuigen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb getuigd
jijhebt getuigd
hijheeft getuigd
wijhebben getuigd
julliehebben getuigd
zijhebben getuigd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgetuigde
jijgetuigde
hijgetuigde
wijgetuigden
julliegetuigden
zijgetuigden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad getuigd
jijhad getuigd
hijhad getuigd
wijhadden getuigd
julliehadden getuigd
zijhadden getuigd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal getuigen
jijzult getuigen
hijzal getuigen
wijzullen getuigen
julliezullen getuigen
zijzullen getuigen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal getuigd hebben
jijzult getuigd hebben
hijzal getuigd hebben
wijzullen getuigd hebben
julliezullen getuigd hebben
zijzullen getuigd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou getuigen
jijzou getuigen
hijzou getuigen
wijzouden getuigen
julliezouden getuigen
zijzouden getuigen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou getuigd hebben
jijzou getuigd hebben
hijzou getuigd hebben
wijzouden getuigd hebben
julliezouden getuigd hebben
zijzouden getuigd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgetuig

Translations

  • depose, to give evidence or testimony
  • testify, to make a declaration, or give evidence, under oath
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    bevestigen
    beweren, verklaren
    prediken
    uitdragen, verkondigen

    Antonyms

    bevestigen
    losmaken

    Sample Sentences

    • [...] oordeelen, dat dikwijls koningen de treurige gevolgen van hunnen verheven stand hebben betreurd, en gewenscht, dat zij in het midden tusschen grootheid en geringheid waren geboren. Het beste boek getuigt ook van het geluk van dezen staat, als de wijze den Hemel smeekt hem noch armoede noch rijkdom te geven. " (Robinson Crusoe)
    • [...] te onderhandelen. Maar toen de Spanjaard gereed stond om te vertrekken, maakte hij zelf mij een zwarigheid, die aan den eenen kant zoo gegrond was, en aan den anderen kant zoo van zijne opregtheid getuigde, dat ik niet anders dan met hem instemmen kon, en naar zijn raad, de bevrijding zijner makkers, ten minste een half jaar uitstelde. Het geval was namelijk dit. Hij was nu ongeveer eene maand bij mij [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch getugen, from Old Dutch *gitiugon. Equivalent to getuige + -en. See: Old Dutch '*gitiugon'.

    Additional Information