flippen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of flippen

The word "flippen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: flippen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: flippend
Past participle - Verleden deelwoord: geflipt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikflip
jijflipt
hijflipt
wijflippen
jullieflippen
zijflippen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geflipt
jijhebt geflipt
hijheeft geflipt
wijhebben geflipt
julliehebben geflipt
zijhebben geflipt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikflipte
jijflipte
hijflipte
wijflipten
jullieflipten
zijflipten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geflipt
jijhad geflipt
hijhad geflipt
wijhadden geflipt
julliehadden geflipt
zijhadden geflipt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal flippen
jijzult flippen
hijzal flippen
wijzullen flippen
julliezullen flippen
zijzullen flippen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geflipt hebben
jijzult geflipt hebben
hijzal geflipt hebben
wijzullen geflipt hebben
julliezullen geflipt hebben
zijzullen geflipt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou flippen
jijzou flippen
hijzou flippen
wijzouden flippen
julliezouden flippen
zijzouden flippen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geflipt hebben
jijzou geflipt hebben
hijzou geflipt hebben
wijzouden geflipt hebben
julliezouden geflipt hebben
zijzouden geflipt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijflip

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from English flip. See: English 'flip'.

Additional Information