etten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of etten

The word "etten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: etten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ettend
Past participle - Verleden deelwoord: geët

Cognates

See the 3 cognates of etten

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iket
jijet
hijet
wijetten
jullieetten
zijetten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geët
jijhebt geët
hijheeft geët
wijhebben geët
julliehebben geët
zijhebben geët

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikette
jijette
hijette
wijetten
jullieetten
zijetten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geët
jijhad geët
hijhad geët
wijhadden geët
julliehadden geët
zijhadden geët

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal etten
jijzult etten
hijzal etten
wijzullen etten
julliezullen etten
zijzullen etten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geët hebben
jijzult geët hebben
hijzal geët hebben
wijzullen geët hebben
julliezullen geët hebben
zijzullen geët hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou etten
jijzou etten
hijzou etten
wijzouden etten
julliezouden etten
zijzouden etten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geët hebben
jijzou geët hebben
hijzou geët hebben
wijzouden geët hebben
julliezouden geët hebben
zijzouden geët hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijet

Verbs similar to 'etten'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch etten, from Old Dutch *etten, from Proto-West Germanic *attjan, from Proto-Germanic *atjaną. Doublet of etsen. See: Proto-Germanic '*atjaną'.

Verbs referencing "etten"

Alemannic German etze.

Additional Information