drossen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of drossen

The word "drossen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: drossen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: drossend
Past participle - Verleden deelwoord: gedrost

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdros
jijdrost
hijdrost
wijdrossen
julliedrossen
zijdrossen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedrost
jijhebt gedrost
hijheeft gedrost
wijhebben gedrost
julliehebben gedrost
zijhebben gedrost

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdroste
jijdroste
hijdroste
wijdrosten
julliedrosten
zijdrosten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedrost
jijhad gedrost
hijhad gedrost
wijhadden gedrost
julliehadden gedrost
zijhadden gedrost

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal drossen
jijzult drossen
hijzal drossen
wijzullen drossen
julliezullen drossen
zijzullen drossen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedrost hebben
jijzult gedrost hebben
hijzal gedrost hebben
wijzullen gedrost hebben
julliezullen gedrost hebben
zijzullen gedrost hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou drossen
jijzou drossen
hijzou drossen
wijzouden drossen
julliezouden drossen
zijzouden drossen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedrost hebben
jijzou gedrost hebben
hijzou gedrost hebben
wijzouden gedrost hebben
julliezouden gedrost hebben
zijzouden gedrost hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdros

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "drossen"

French drosser.

Additional Information