beledigen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of beledigen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: beledigen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: beledigend
Past participle - Verleden deelwoord: beledigd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbeledig
jijbeledigt
hijbeledigt
wijbeledigen
julliebeledigen
zijbeledigen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb beledigd
jijhebt beledigd
hijheeft beledigd
wijhebben beledigd
julliehebben beledigd
zijhebben beledigd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbeledigde
jijbeledigde
hijbeledigde
wijbeledigden
julliebeledigden
zijbeledigden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad beledigd
jijhad beledigd
hijhad beledigd
wijhadden beledigd
julliehadden beledigd
zijhadden beledigd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal beledigen
jijzult beledigen
hijzal beledigen
wijzullen beledigen
julliezullen beledigen
zijzullen beledigen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal beledigd hebben
jijzult beledigd hebben
hijzal beledigd hebben
wijzullen beledigd hebben
julliezullen beledigd hebben
zijzullen beledigd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou beledigen
jijzou beledigen
hijzou beledigen
wijzouden beledigen
julliezouden beledigen
zijzouden beledigen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou beledigd hebben
jijzou beledigd hebben
hijzou beledigd hebben
wijzouden beledigd hebben
julliezouden beledigd hebben
zijzouden beledigd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbeledig

Translations

  • offend, to hurt the feelings
  • affront, to insult intentionally, especially openly
  • insult, to be insensitive, insolent, or rude to (someone)
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    grieven
    krenken, kwetsen

    Sample Sentences

    • Een recht om te beledigen bestaat wel, onderstreepte de koningin. (A right to offend does indeed exist, the queen emphasized.)

    Etymology

    From leed + be- -igen, a calque of German beleidigen. Unrelated to ledig. See: German, old spelling 'beleidigen'.

    Additional Information