bedodden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bedodden

The word "bedodden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bedodden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bedoddend
Past participle - Verleden deelwoord: bedodd

Cognates

See the 2 cognates of bedodden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbedod
jijbedodt
hijbedodt
wijbedodden
julliebedodden
zijbedodden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bedodd
jijhebt bedodd
hijheeft bedodd
wijhebben bedodd
julliehebben bedodd
zijhebben bedodd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbedodde
jijbedodde
hijbedodde
wijbedodden
julliebedodden
zijbedodden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bedodd
jijhad bedodd
hijhad bedodd
wijhadden bedodd
julliehadden bedodd
zijhadden bedodd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bedodden
jijzult bedodden
hijzal bedodden
wijzullen bedodden
julliezullen bedodden
zijzullen bedodden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bedodd hebben
jijzult bedodd hebben
hijzal bedodd hebben
wijzullen bedodd hebben
julliezullen bedodd hebben
zijzullen bedodd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bedodden
jijzou bedodden
hijzou bedodden
wijzouden bedodden
julliezouden bedodden
zijzouden bedodden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bedodd hebben
jijzou bedodd hebben
hijzou bedodd hebben
wijzouden bedodd hebben
julliezouden bedodd hebben
zijzouden bedodd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbedod

Verbs similar to 'bedodden'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "bedodden"

English diddle.

Additional Information