bebouwen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bebouwen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bebouwen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bebouwend
Past participle - Verleden deelwoord: bebouwd

Cognates

See the 3 cognates of bebouwen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbebouw
jijbebouwt
hijbebouwt
wijbebouwen
julliebebouwen
zijbebouwen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bebouwd
jijhebt bebouwd
hijheeft bebouwd
wijhebben bebouwd
julliehebben bebouwd
zijhebben bebouwd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbebouwde
jijbebouwde
hijbebouwde
wijbebouwden
julliebebouwden
zijbebouwden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bebouwd
jijhad bebouwd
hijhad bebouwd
wijhadden bebouwd
julliehadden bebouwd
zijhadden bebouwd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bebouwen
jijzult bebouwen
hijzal bebouwen
wijzullen bebouwen
julliezullen bebouwen
zijzullen bebouwen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bebouwd hebben
jijzult bebouwd hebben
hijzal bebouwd hebben
wijzullen bebouwd hebben
julliezullen bebouwd hebben
zijzullen bebouwd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bebouwen
jijzou bebouwen
hijzou bebouwen
wijzouden bebouwen
julliezouden bebouwen
zijzouden bebouwen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bebouwd hebben
jijzou bebouwd hebben
hijzou bebouwd hebben
wijzouden bebouwd hebben
julliezouden bebouwd hebben
zijzouden bebouwd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbebouw

Translations

  • till, to work or cultivate
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Nabij deze woning, doch een weinig meer landwaarts in en in lager grond, lagen mijne twee graanakkers, die ik behoorlijk bebouwde, en die mij jaarlijks goeden oogst opleverden. Als ik meer graan had willen hebben, had ik geschikte stukken grond, daarnevens liggen. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From be- + bouwen.

    Verbs referencing "bebouwen"

    Swedish bebygga.

    Additional Information