afranselen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of afranselen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: afranselen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: afranselend
Past participle - Verleden deelwoord: afgeranseld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikransel af
jijranselt af
hijranselt af
wijranselen af
jullieranselen af
zijranselen af

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb afgeranseld
jijhebt afgeranseld
hijheeft afgeranseld
wijhebben afgeranseld
julliehebben afgeranseld
zijhebben afgeranseld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikranselde af
jijranselde af
hijranselde af
wijranselden af
jullieranselden af
zijranselden af

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad afgeranseld
jijhad afgeranseld
hijhad afgeranseld
wijhadden afgeranseld
julliehadden afgeranseld
zijhadden afgeranseld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal afranselen
jijzult afranselen
hijzal afranselen
wijzullen afranselen
julliezullen afranselen
zijzullen afranselen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal afgeranseld hebben
jijzult afgeranseld hebben
hijzal afgeranseld hebben
wijzullen afgeranseld hebben
julliezullen afgeranseld hebben
zijzullen afgeranseld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou afranselen
jijzou afranselen
hijzou afranselen
wijzouden afranselen
julliezouden afranselen
zijzouden afranselen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou afgeranseld hebben
jijzou afgeranseld hebben
hijzou afgeranseld hebben
wijzouden afgeranseld hebben
julliezouden afgeranseld hebben
zijzouden afgeranseld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijransel af

Translations

  • boot, to apply corporal punishment
  • cane, to beat with a cane
  • pummel, To hit or strike heavily and repeatedly
  • thrash, to beat mercilessly
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    afdrogen
    aframmelen, toetakelen

    Sample Sentences

    Etymology

    From af + ranselen.

    Additional Information