aantijgen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aantijgen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aantijgen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aantijgend
Past participle - Verleden deelwoord: aangetogen; aangetegen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iktijg aan
jijtijgt aan
hijtijgt aan
wijtijgen aan
jullietijgen aan
zijtijgen aan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb aangetogen; aangetegen
jijhebt aangetogen; aangetegen
hijheeft aangetogen; aangetegen
wijhebben aangetogen; aangetegen
julliehebben aangetogen; aangetegen
zijhebben aangetogen; aangetegen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iktoog aan
jijtoog aan
hijtoog aan
wijtogen aan
jullietogen aan
zijtogen aan

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad aangetogen; aangetegen
jijhad aangetogen; aangetegen
hijhad aangetogen; aangetegen
wijhadden aangetogen; aangetegen
julliehadden aangetogen; aangetegen
zijhadden aangetogen; aangetegen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aantijgen
jijzult aantijgen
hijzal aantijgen
wijzullen aantijgen
julliezullen aantijgen
zijzullen aantijgen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal aangetogen; aangetegen hebben
jijzult aangetogen; aangetegen hebben
hijzal aangetogen; aangetegen hebben
wijzullen aangetogen; aangetegen hebben
julliezullen aangetogen; aangetegen hebben
zijzullen aangetogen; aangetegen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aantijgen
jijzou aantijgen
hijzou aantijgen
wijzouden aantijgen
julliezouden aantijgen
zijzouden aantijgen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou aangetogen; aangetegen hebben
jijzou aangetogen; aangetegen hebben
hijzou aangetogen; aangetegen hebben
wijzouden aangetogen; aangetegen hebben
julliezouden aangetogen; aangetegen hebben
zijzouden aangetogen; aangetegen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijtijg aan

Verbs conjugated like 'aantijgen'

aantijgen, tijgen,

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Hem werden verscheidene misdaden aangetegen. (He was accused of several crimes.)

Etymology

Compound of aan + tijgen.

Additional Information