Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: aanmoedigen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aanmoedigend
Past participle - Verleden deelwoord: aangemoedigd
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | moedig aan |
| jij | moedigt aan |
| hij | moedigt aan |
| wij | moedigen aan |
| jullie | moedigen aan |
| zij | moedigen aan |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb aangemoedigd |
| jij | hebt aangemoedigd |
| hij | heeft aangemoedigd |
| wij | hebben aangemoedigd |
| jullie | hebben aangemoedigd |
| zij | hebben aangemoedigd |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | moedigde aan |
| jij | moedigde aan |
| hij | moedigde aan |
| wij | moedigden aan |
| jullie | moedigden aan |
| zij | moedigden aan |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had aangemoedigd |
| jij | had aangemoedigd |
| hij | had aangemoedigd |
| wij | hadden aangemoedigd |
| jullie | hadden aangemoedigd |
| zij | hadden aangemoedigd |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal aanmoedigen |
| jij | zult aanmoedigen |
| hij | zal aanmoedigen |
| wij | zullen aanmoedigen |
| jullie | zullen aanmoedigen |
| zij | zullen aanmoedigen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal aangemoedigd hebben |
| jij | zult aangemoedigd hebben |
| hij | zal aangemoedigd hebben |
| wij | zullen aangemoedigd hebben |
| jullie | zullen aangemoedigd hebben |
| zij | zullen aangemoedigd hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou aanmoedigen |
| jij | zou aanmoedigen |
| hij | zou aanmoedigen |
| wij | zouden aanmoedigen |
| jullie | zouden aanmoedigen |
| zij | zouden aanmoedigen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou aangemoedigd hebben |
| jij | zou aangemoedigd hebben |
| hij | zou aangemoedigd hebben |
| wij | zouden aangemoedigd hebben |
| jullie | zouden aangemoedigd hebben |
| zij | zouden aangemoedigd hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'aanmoedigen'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'aanmoedigen'
aankondigen,
aanboegen,
aanmengen,
aanmodderen,
aanmoeren,
aanvoegen,
bemoedigen,
deemoedigen,
ontmoedigen,
aanbieden,
Translations
abet, to assist or encourage in crime
egg, to encourage
encourage, mentally support or motivate
encourage, spur on, recommend
foster, to cultivate and grow something
goad, to encourage or stimulate
motivate, to encourage
prod, to encourage
prompt, to lead someone toward what they should say or do
reinforce, to encourage
spur, to urge or encourage to action
Sample Sentences
-
Hierdoor aangemoedigd, besloot ik den volgenden morgen met het begin van het getij uit te gaan, gelijk ik deed, na dien nacht in de kanoe, onder de dikke jas, geslapen te hebben. Ik stuurde eerst een eindweegs in zee [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] " neen. " " Welnu, " zeide ik, " laat hen dan gaan, de Voorzienigheid schijnt het, heeft hen doen ontwaken, om hun leven te sparen. Zoo de overigen u nu ontgaan, is het uwe eigene schuld. " Hierdoor aangemoedigd nam hij het geweer op, dat ik hem gegeven had, en stak een pistool in zijn gordel, en ging met zijne twee makkers, ieder met een geweer in de hand, heen. De twee mannen, die bij hem waren en vooruit [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From aan + moedig + -en.
Additional Information