aandraaien – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aandraaien

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aandraaien
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aandraaiend
Past participle - Verleden deelwoord: aangedraaid

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdraai aan
jijdraait aan
hijdraait aan
wijdraaien aan
julliedraaien aan
zijdraaien aan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb aangedraaid
jijhebt aangedraaid
hijheeft aangedraaid
wijhebben aangedraaid
julliehebben aangedraaid
zijhebben aangedraaid

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdraaide aan
jijdraaide aan
hijdraaide aan
wijdraaiden aan
julliedraaiden aan
zijdraaiden aan

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad aangedraaid
jijhad aangedraaid
hijhad aangedraaid
wijhadden aangedraaid
julliehadden aangedraaid
zijhadden aangedraaid

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aandraaien
jijzult aandraaien
hijzal aandraaien
wijzullen aandraaien
julliezullen aandraaien
zijzullen aandraaien

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal aangedraaid hebben
jijzult aangedraaid hebben
hijzal aangedraaid hebben
wijzullen aangedraaid hebben
julliezullen aangedraaid hebben
zijzullen aangedraaid hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aandraaien
jijzou aandraaien
hijzou aandraaien
wijzouden aandraaien
julliezouden aandraaien
zijzouden aandraaien

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou aangedraaid hebben
jijzou aangedraaid hebben
hijzou aangedraaid hebben
wijzouden aangedraaid hebben
julliezouden aangedraaid hebben
zijzouden aangedraaid hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdraai aan

Translations

  • tighten, to make tighter
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aandoen
    aansteken, aanzetten, inschakelen, starten
    aanzetten
    aandoen, inschakelen, starten

    Antonyms

    aandoen
    uitdoen, afleggen, uittrekken
    aanzetten
    afzetten, stilzetten, uitschakelen, uitzetten

    Sample Sentences

    Etymology

    Additional Information