Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: omheinen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: omheinend
Past participle - Verleden deelwoord: omheind
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | omhein |
| jij | omheint |
| hij | omheint |
| wij | omheinen |
| jullie | omheinen |
| zij | omheinen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb omheind |
| jij | hebt omheind |
| hij | heeft omheind |
| wij | hebben omheind |
| jullie | hebben omheind |
| zij | hebben omheind |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | omheinde |
| jij | omheinde |
| hij | omheinde |
| wij | omheinden |
| jullie | omheinden |
| zij | omheinden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had omheind |
| jij | had omheind |
| hij | had omheind |
| wij | hadden omheind |
| jullie | hadden omheind |
| zij | hadden omheind |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal omheinen |
| jij | zult omheinen |
| hij | zal omheinen |
| wij | zullen omheinen |
| jullie | zullen omheinen |
| zij | zullen omheinen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal omheind hebben |
| jij | zult omheind hebben |
| hij | zal omheind hebben |
| wij | zullen omheind hebben |
| jullie | zullen omheind hebben |
| zij | zullen omheind hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou omheinen |
| jij | zou omheinen |
| hij | zou omheinen |
| wij | zouden omheinen |
| jullie | zouden omheinen |
| zij | zouden omheinen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou omheind hebben |
| jij | zou omheind hebben |
| hij | zou omheind hebben |
| wij | zouden omheind hebben |
| jullie | zouden omheind hebben |
| zij | zouden omheind hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'omheinen'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'omheinen'
omhelzen,
afheien,
meien,
menen,
moeien,
oefenen,
omberen,
omgeven,
omkeren,
omringen,
Translations
enclose, surround, fence in
Synonyms & Antonyms
Sample Sentences
-
[...] weide uitkoos, met twee of drie beekjes van loopend water, en dat aan het eene einde met boomen bezet was. Zij zullen over mijn voornemen lagchen als ik zeg, dat ik dit stuk grond, zoodanig begon te omheinen, dat mijn heining of paalwerk ongeveer twee (Eng. ) mijlen groot zou worden. De dwaasheid bestond niet in den omtrek, want al was die tien mijlen geweest, zou ik waarschijnlijk tijd genoeg gehad [...]
(Robinson Crusoe)
-
Binnen eene maand had ik die geheel omheind, zoodat mijne kudde, die thans makker was dan men wel denken zou, daar thans veilig genoeg was. Ik bragt er dadelijk tien geiten en twee bokken heen, en bleef vervolgens de heining versterken, tot [...]
(Robinson Crusoe)
-
Ik begon nu te begrijpen, dat ik voor twee man eten moest hebben in plaats van voor een, en dus meer graan dan vroeger aankweeken; ik stak dus een grooter stuk land af, en begon dit te omheinen even als het vorige. Vrijdag werkte hieraan zeer gewillig en vlijtig mede, en ik vertelde, dat dit was om graan te bekomen ten einde meer brood te maken, omdat hij nu bij mij was. Hij scheen [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] dat mijne bevrijding spoedig op handen was, en ik geen volgende verjaring mijner komst aldaar zou vieren. Ik bleef echter even zoo voor mijne huishouding zorgen als te voren; ik spitte en plantte en omheinde, droogde mijne druiven, en deed al wat noodig was, als te voren.
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch ommeheinen. Equivalent to om- + heinen.
Additional Information