mijmeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of mijmeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: mijmeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: mijmerend
Past participle - Verleden deelwoord: gemijmerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmijmer
jijmijmert
hijmijmert
wijmijmeren
julliemijmeren
zijmijmeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gemijmerd
jijhebt gemijmerd
hijheeft gemijmerd
wijhebben gemijmerd
julliehebben gemijmerd
zijhebben gemijmerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmijmerde
jijmijmerde
hijmijmerde
wijmijmerden
julliemijmerden
zijmijmerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gemijmerd
jijhad gemijmerd
hijhad gemijmerd
wijhadden gemijmerd
julliehadden gemijmerd
zijhadden gemijmerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal mijmeren
jijzult mijmeren
hijzal mijmeren
wijzullen mijmeren
julliezullen mijmeren
zijzullen mijmeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gemijmerd hebben
jijzult gemijmerd hebben
hijzal gemijmerd hebben
wijzullen gemijmerd hebben
julliezullen gemijmerd hebben
zijzullen gemijmerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou mijmeren
jijzou mijmeren
hijzou mijmeren
wijzouden mijmeren
julliezouden mijmeren
zijzouden mijmeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gemijmerd hebben
jijzou gemijmerd hebben
hijzou gemijmerd hebben
wijzouden gemijmerd hebben
julliezouden gemijmerd hebben
zijzouden gemijmerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmijmer

Translations

  • muse, to become lost in thought
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    nadenken
    peinzen, reminisceren

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch mimeren, from Old Dutch *mīmrōn, from Proto-Germanic *mīmrōną (“to think, have in mind, care for”), from Proto-Indo-European *mer-, *smer- (“to fall into thought, remember, care for”). Cognate with Old English mimorian (“to remember, keep in mind”). More at remember. See: Proto-Germanic '*mīmrōną', Old English 'mimorian'.

    Verbs referencing "mijmeren"

    English remember, English mammer.

    Additional Information