aanwakkeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aanwakkeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aanwakkeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aanwakkerend
Past participle - Verleden deelwoord: aangewakkerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikwakker aan
jijwakkert aan
hijwakkert aan
wijwakkeren aan
julliewakkeren aan
zijwakkeren aan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb aangewakkerd
jijhebt aangewakkerd
hijheeft aangewakkerd
wijhebben aangewakkerd
julliehebben aangewakkerd
zijhebben aangewakkerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwakkerde aan
jijwakkerde aan
hijwakkerde aan
wijwakkerden aan
julliewakkerden aan
zijwakkerden aan

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad aangewakkerd
jijhad aangewakkerd
hijhad aangewakkerd
wijhadden aangewakkerd
julliehadden aangewakkerd
zijhadden aangewakkerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aanwakkeren
jijzult aanwakkeren
hijzal aanwakkeren
wijzullen aanwakkeren
julliezullen aanwakkeren
zijzullen aanwakkeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal aangewakkerd hebben
jijzult aangewakkerd hebben
hijzal aangewakkerd hebben
wijzullen aangewakkerd hebben
julliezullen aangewakkerd hebben
zijzullen aangewakkerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aanwakkeren
jijzou aanwakkeren
hijzou aanwakkeren
wijzouden aanwakkeren
julliezouden aanwakkeren
zijzouden aanwakkeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou aangewakkerd hebben
jijzou aangewakkerd hebben
hijzou aangewakkerd hebben
wijzouden aangewakkerd hebben
julliezouden aangewakkerd hebben
zijzouden aangewakkerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijwakker aan

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

aanblazen
aansporen

Sample Sentences

  • [...] ik met de wapens op het vlot. En nu begreep ik vrij goed geladen te zijn, en begon er aan te denken, hoe ik mijne lading aan wal zou brengen, daar ik zeilen, riemen, noch roer had, en het minste aanwakkeren van den wind al mijne zeemanschap zou teleurgesteld hebben. (Robinson Crusoe)
  • [...] uit de opgeheven dolken van moordenaars gered wordt, kan zich mijne tegenwoordige vreugde voorstellen, en hoe gretig ik mijne boot in deze tegenstrooming bragt, hoe vrolijk ik, daar de wind ook aanwakkerde, mijn zeil bijzette, en aldus door wind en stroom naar het land aanhield. (Robinson Crusoe)

Etymology

Compound of aan (“on, to”) + wakker (“awake”) + -en.

Additional Information