aanstaan – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aanstaan

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aanstaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aanstaand
Past participle - Verleden deelwoord: aangestaan

Cognates

See the 4 cognates of aanstaan

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksta aan
jijstaat aan
hijstaat aan
wijstaan aan
julliestaan aan
zijstaan aan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb aangestaan
jijhebt aangestaan
hijheeft aangestaan
wijhebben aangestaan
julliehebben aangestaan
zijhebben aangestaan

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstond aan
jijstond aan
hijstond aan
wijstonden aan
julliestonden aan
zijstonden aan

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad aangestaan
jijhad aangestaan
hijhad aangestaan
wijhadden aangestaan
julliehadden aangestaan
zijhadden aangestaan

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aanstaan
jijzult aanstaan
hijzal aanstaan
wijzullen aanstaan
julliezullen aanstaan
zijzullen aanstaan

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal aangestaan hebben
jijzult aangestaan hebben
hijzal aangestaan hebben
wijzullen aangestaan hebben
julliezullen aangestaan hebben
zijzullen aangestaan hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aanstaan
jijzou aanstaan
hijzou aanstaan
wijzouden aanstaan
julliezouden aanstaan
zijzouden aanstaan

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou aangestaan hebben
jijzou aangestaan hebben
hijzou aangestaan hebben
wijzouden aangestaan hebben
julliezouden aangestaan hebben
zijzouden aangestaan hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsta aan

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

draaien
werken

Sample Sentences

  • [...] dan ik sedert lang geweest was, want ik zag in, dat deze schepsels nimmer op het eiland kwamen om te zoeken wat daar te halen was; misschien dewijl zij er niets zochten of gevonden hadden wat hun aanstond. Ik was hier thans bijkans achttien jaar geweest, zonder het minste spoor van menschelijke schreden te zien, en welligt kon ik er nog achttien jaren even verborgen leven, als ik mij niet aan hen [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch aenstaen. Equivalently, from aan + staan.

Verbs referencing "aanstaan"

Norwegian anstå.

Additional Information