aanjagen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aanjagen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aanjagen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aanjagend
Past participle - Verleden deelwoord: aangejaagd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikjaag aan
jijjaagt aan
hijjaagt aan
wijjagen aan
julliejagen aan
zijjagen aan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb aangejaagd
jijhebt aangejaagd
hijheeft aangejaagd
wijhebben aangejaagd
julliehebben aangejaagd
zijhebben aangejaagd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikjoeg aan
jijjoeg aan
hijjoeg aan
wijjoegen aan
julliejoegen aan
zijjoegen aan

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad aangejaagd
jijhad aangejaagd
hijhad aangejaagd
wijhadden aangejaagd
julliehadden aangejaagd
zijhadden aangejaagd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aanjagen
jijzult aanjagen
hijzal aanjagen
wijzullen aanjagen
julliezullen aanjagen
zijzullen aanjagen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal aangejaagd hebben
jijzult aangejaagd hebben
hijzal aangejaagd hebben
wijzullen aangejaagd hebben
julliezullen aangejaagd hebben
zijzullen aangejaagd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aanjagen
jijzou aanjagen
hijzou aanjagen
wijzouden aanjagen
julliezouden aanjagen
zijzouden aanjagen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou aangejaagd hebben
jijzou aangejaagd hebben
hijzou aangejaagd hebben
wijzouden aangejaagd hebben
julliezouden aangejaagd hebben
zijzouden aangejaagd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijjaag aan

Verbs conjugated like 'aanjagen'

aanjagen, afjagen, jagen, verjagen,

Translations

  • harrow, traumatise, frighten
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aandrijven
    aansporen, jakkeren, voortdrijven

    Sample Sentences

    • [...] bij mij zelven: blijf dan maar liggen, want hebt gij mij zoo verschrikt, dan zult gij zekerlijk de wilden, zoo die het durven wagen naar binnen te dringen terwijl gij nog leeft, nog veel meer schrik aanjagen. (Robinson Crusoe)
    • [...] doen zouden als zij behouden aan hunne kust kwamen, wist hij niet, maar hij was van meening, dat de wijze waarop zij overvallen waren geworden, dat de schoten en het vuur hun zooveel schrik zouden aangejaagd hebben, dat zij hunnen landslieden zouden zeggen, dat zij door donder en bliksem en niet door menschenhanden gedood waren; en dat de twee, die zij gezien hadden (namelijk Vrijdag en ik ) geen [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch aenjagen. Equivalent to aan + jagen.

    Additional Information