wegdoen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of wegdoen

The word "wegdoen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: wegdoen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: wegdoend
Past participle - Verleden deelwoord: weggedod

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdo weg
jijdot weg
hijdot weg
wijdoen weg
julliedoen weg
zijdoen weg

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb weggedod
jijhebt weggedod
hijheeft weggedod
wijhebben weggedod
julliehebben weggedod
zijhebben weggedod

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdode weg
jijdode weg
hijdode weg
wijdoden weg
julliedoden weg
zijdoden weg

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad weggedod
jijhad weggedod
hijhad weggedod
wijhadden weggedod
julliehadden weggedod
zijhadden weggedod

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal wegdoen
jijzult wegdoen
hijzal wegdoen
wijzullen wegdoen
julliezullen wegdoen
zijzullen wegdoen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal weggedod hebben
jijzult weggedod hebben
hijzal weggedod hebben
wijzullen weggedod hebben
julliezullen weggedod hebben
zijzullen weggedod hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou wegdoen
jijzou wegdoen
hijzou wegdoen
wijzouden wegdoen
julliezouden wegdoen
zijzouden wegdoen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou weggedod hebben
jijzou weggedod hebben
hijzou weggedod hebben
wijzouden weggedod hebben
julliezouden weggedod hebben
zijzouden weggedod hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdo weg

Translations

  • 86, throw out
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Doe nu dat speelgoed weg! (Put those toys away now!)

    Etymology

    From weg + doen.

    Additional Information