vergen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vergen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vergen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vergend
Past participle - Verleden deelwoord: gevergd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverg
jijvergt
hijvergt
wijvergen
jullievergen
zijvergen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gevergd
jijhebt gevergd
hijheeft gevergd
wijhebben gevergd
julliehebben gevergd
zijhebben gevergd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvergde
jijvergde
hijvergde
wijvergden
jullievergden
zijvergden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gevergd
jijhad gevergd
hijhad gevergd
wijhadden gevergd
julliehadden gevergd
zijhadden gevergd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vergen
jijzult vergen
hijzal vergen
wijzullen vergen
julliezullen vergen
zijzullen vergen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gevergd hebben
jijzult gevergd hebben
hijzal gevergd hebben
wijzullen gevergd hebben
julliezullen gevergd hebben
zijzullen gevergd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vergen
jijzou vergen
hijzou vergen
wijzouden vergen
julliezouden vergen
zijzouden vergen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gevergd hebben
jijzou gevergd hebben
hijzou gevergd hebben
wijzouden gevergd hebben
julliezouden gevergd hebben
zijzouden gevergd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverg

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

eisen
verlangen, vragen

Sample Sentences

Etymology

1. From Middle Dutch vergen, from Old Dutch *fergon, from Proto-Germanic *fergōną.
2. Cognate with Old Saxon fergon, West Frisian fergje, German fergen, Old Norse fergja. See: Old Dutch '*fergon', German, old spelling 'fergen'.

Additional Information