swaddren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of swaddren

The word "swaddren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: swaddren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: swaddrend
Past participle - Verleden deelwoord: geswaddrd

Cognates

See the 2 cognates of swaddren

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikswaddr
jijswaddrt
hijswaddrt
wijswaddren
jullieswaddren
zijswaddren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geswaddrd
jijhebt geswaddrd
hijheeft geswaddrd
wijhebben geswaddrd
julliehebben geswaddrd
zijhebben geswaddrd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikswaddrde
jijswaddrde
hijswaddrde
wijswaddrden
jullieswaddrden
zijswaddrden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geswaddrd
jijhad geswaddrd
hijhad geswaddrd
wijhadden geswaddrd
julliehadden geswaddrd
zijhadden geswaddrd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal swaddren
jijzult swaddren
hijzal swaddren
wijzullen swaddren
julliezullen swaddren
zijzullen swaddren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geswaddrd hebben
jijzult geswaddrd hebben
hijzal geswaddrd hebben
wijzullen geswaddrd hebben
julliezullen geswaddrd hebben
zijzullen geswaddrd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou swaddren
jijzou swaddren
hijzou swaddren
wijzouden swaddren
julliezouden swaddren
zijzouden swaddren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geswaddrd hebben
jijzou geswaddrd hebben
hijzou geswaddrd hebben
wijzouden geswaddrd hebben
julliezouden geswaddrd hebben
zijzouden geswaddrd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijswaddr

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "swaddren"

English swatter.

Additional Information