ondervangen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ondervangen

The word "ondervangen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ondervangen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ondervangend
Past participle - Verleden deelwoord: ondervangd

Cognates

See the 2 cognates of ondervangen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikondervang
jijondervangt
hijondervangt
wijondervangen
jullieondervangen
zijondervangen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ondervangd
jijhebt ondervangd
hijheeft ondervangd
wijhebben ondervangd
julliehebben ondervangd
zijhebben ondervangd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikondervangde
jijondervangde
hijondervangde
wijondervangden
jullieondervangden
zijondervangden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ondervangd
jijhad ondervangd
hijhad ondervangd
wijhadden ondervangd
julliehadden ondervangd
zijhadden ondervangd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ondervangen
jijzult ondervangen
hijzal ondervangen
wijzullen ondervangen
julliezullen ondervangen
zijzullen ondervangen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ondervangd hebben
jijzult ondervangd hebben
hijzal ondervangd hebben
wijzullen ondervangd hebben
julliezullen ondervangd hebben
zijzullen ondervangd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ondervangen
jijzou ondervangen
hijzou ondervangen
wijzouden ondervangen
julliezouden ondervangen
zijzouden ondervangen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ondervangd hebben
jijzou ondervangd hebben
hijzou ondervangd hebben
wijzouden ondervangd hebben
julliezouden ondervangd hebben
zijzouden ondervangd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijondervang

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch ondervangen, ondervaen, from Old Dutch underfān, from Proto-West Germanic *undarfą̄han. Equivalent to onder- + vangen. Cognate to German unterfangen. See: German, old spelling 'unterfangen'.

Verbs referencing "ondervangen"

English underfong, German, old spelling unterfangen.

Additional Information