morgen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of morgen

The word "morgen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: morgen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: morgend
Past participle - Verleden deelwoord: gemorgd

Cognates

See the 2 cognates of morgen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmorg
jijmorgt
hijmorgt
wijmorgen
julliemorgen
zijmorgen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gemorgd
jijhebt gemorgd
hijheeft gemorgd
wijhebben gemorgd
julliehebben gemorgd
zijhebben gemorgd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmorgde
jijmorgde
hijmorgde
wijmorgden
julliemorgden
zijmorgden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gemorgd
jijhad gemorgd
hijhad gemorgd
wijhadden gemorgd
julliehadden gemorgd
zijhadden gemorgd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal morgen
jijzult morgen
hijzal morgen
wijzullen morgen
julliezullen morgen
zijzullen morgen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gemorgd hebben
jijzult gemorgd hebben
hijzal gemorgd hebben
wijzullen gemorgd hebben
julliezullen gemorgd hebben
zijzullen gemorgd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou morgen
jijzou morgen
hijzou morgen
wijzouden morgen
julliezouden morgen
zijzouden morgen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gemorgd hebben
jijzou gemorgd hebben
hijzou gemorgd hebben
wijzouden gemorgd hebben
julliezouden gemorgd hebben
zijzouden gemorgd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmorg

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "morgen"

English morrow.

Additional Information