mispeuteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of mispeuteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: mispeuteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: mispeuterend
Past participle - Verleden deelwoord: mispeuterd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmispeuter
jijmispeutert
hijmispeutert
wijmispeuteren
julliemispeuteren
zijmispeuteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb mispeuterd
jijhebt mispeuterd
hijheeft mispeuterd
wijhebben mispeuterd
julliehebben mispeuterd
zijhebben mispeuterd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmispeuterde
jijmispeuterde
hijmispeuterde
wijmispeuterden
julliemispeuterden
zijmispeuterden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad mispeuterd
jijhad mispeuterd
hijhad mispeuterd
wijhadden mispeuterd
julliehadden mispeuterd
zijhadden mispeuterd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal mispeuteren
jijzult mispeuteren
hijzal mispeuteren
wijzullen mispeuteren
julliezullen mispeuteren
zijzullen mispeuteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal mispeuterd hebben
jijzult mispeuterd hebben
hijzal mispeuterd hebben
wijzullen mispeuterd hebben
julliezullen mispeuterd hebben
zijzullen mispeuterd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou mispeuteren
jijzou mispeuteren
hijzou mispeuteren
wijzouden mispeuteren
julliezouden mispeuteren
zijzouden mispeuteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou mispeuterd hebben
jijzou mispeuterd hebben
hijzou mispeuterd hebben
wijzouden mispeuterd hebben
julliezouden mispeuterd hebben
zijzouden mispeuterd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmispeuter

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information