kleumen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of kleumen

The word "kleumen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: kleumen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kleumend
Past participle - Verleden deelwoord: gekleumd

Cognates

See the 2 cognates of kleumen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkleum
jijkleumt
hijkleumt
wijkleumen
julliekleumen
zijkleumen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekleumd
jijhebt gekleumd
hijheeft gekleumd
wijhebben gekleumd
julliehebben gekleumd
zijhebben gekleumd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkleumde
jijkleumde
hijkleumde
wijkleumden
julliekleumden
zijkleumden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekleumd
jijhad gekleumd
hijhad gekleumd
wijhadden gekleumd
julliehadden gekleumd
zijhadden gekleumd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal kleumen
jijzult kleumen
hijzal kleumen
wijzullen kleumen
julliezullen kleumen
zijzullen kleumen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekleumd hebben
jijzult gekleumd hebben
hijzal gekleumd hebben
wijzullen gekleumd hebben
julliezullen gekleumd hebben
zijzullen gekleumd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou kleumen
jijzou kleumen
hijzou kleumen
wijzouden kleumen
julliezouden kleumen
zijzouden kleumen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekleumd hebben
jijzou gekleumd hebben
hijzou gekleumd hebben
wijzouden gekleumd hebben
julliezouden gekleumd hebben
zijzouden gekleumd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkleum

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "kleumen"

English clumse.

Additional Information