kien – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of kien

The word "kien" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: kien
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kiend
Past participle - Verleden deelwoord: gekid

Cognates

See the 3 cognates of kien

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikki
jijkit
hijkit
wijkien
julliekien
zijkien

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekid
jijhebt gekid
hijheeft gekid
wijhebben gekid
julliehebben gekid
zijhebben gekid

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkide
jijkide
hijkide
wijkiden
julliekiden
zijkiden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekid
jijhad gekid
hijhad gekid
wijhadden gekid
julliehadden gekid
zijhadden gekid

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal kien
jijzult kien
hijzal kien
wijzullen kien
julliezullen kien
zijzullen kien

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekid hebben
jijzult gekid hebben
hijzal gekid hebben
wijzullen gekid hebben
julliezullen gekid hebben
zijzullen gekid hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou kien
jijzou kien
hijzou kien
wijzouden kien
julliezouden kien
zijzouden kien

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekid hebben
jijzou gekid hebben
hijzou gekid hebben
wijzouden gekid hebben
julliezouden gekid hebben
zijzouden gekid hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijki

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "kien"

English keen.

Additional Information