blaaien – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of blaaien

The word "blaaien" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: blaaien
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: blaaiend
Past participle - Verleden deelwoord: geblaaid

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikblaai
jijblaait
hijblaait
wijblaaien
jullieblaaien
zijblaaien

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geblaaid
jijhebt geblaaid
hijheeft geblaaid
wijhebben geblaaid
julliehebben geblaaid
zijhebben geblaaid

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikblaaide
jijblaaide
hijblaaide
wijblaaiden
jullieblaaiden
zijblaaiden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geblaaid
jijhad geblaaid
hijhad geblaaid
wijhadden geblaaid
julliehadden geblaaid
zijhadden geblaaid

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal blaaien
jijzult blaaien
hijzal blaaien
wijzullen blaaien
julliezullen blaaien
zijzullen blaaien

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geblaaid hebben
jijzult geblaaid hebben
hijzal geblaaid hebben
wijzullen geblaaid hebben
julliezullen geblaaid hebben
zijzullen geblaaid hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou blaaien
jijzou blaaien
hijzou blaaien
wijzouden blaaien
julliezouden blaaien
zijzouden blaaien

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geblaaid hebben
jijzou geblaaid hebben
hijzou geblaaid hebben
wijzouden geblaaid hebben
julliezouden geblaaid hebben
zijzouden geblaaid hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijblaai

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "blaaien"

Esperanto blovi, German, old spelling blähen.

Additional Information