been – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of been

The word "been" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: been
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: beend
Past participle - Verleden deelwoord: bed

Cognates

See the 2 cognates of been

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbe
jijbet
hijbet
wijbeen
julliebeen
zijbeen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bed
jijhebt bed
hijheeft bed
wijhebben bed
julliehebben bed
zijhebben bed

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbede
jijbede
hijbede
wijbeden
julliebeden
zijbeden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bed
jijhad bed
hijhad bed
wijhadden bed
julliehadden bed
zijhadden bed

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal been
jijzult been
hijzal been
wijzullen been
julliezullen been
zijzullen been

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bed hebben
jijzult bed hebben
hijzal bed hebben
wijzullen bed hebben
julliezullen bed hebben
zijzullen bed hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou been
jijzou been
hijzou been
wijzouden been
julliezouden been
zijzouden been

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bed hebben
jijzou bed hebben
hijzou bed hebben
wijzouden bed hebben
julliezouden bed hebben
zijzouden bed hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbe

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "been"

English bone.

Additional Information