bazen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bazen

The word "bazen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bazen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bazend
Past participle - Verleden deelwoord: gebaasd

Cognates

See the 2 cognates of bazen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbaas
jijbaast
hijbaast
wijbazen
julliebazen
zijbazen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gebaasd
jijhebt gebaasd
hijheeft gebaasd
wijhebben gebaasd
julliehebben gebaasd
zijhebben gebaasd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbaasde
jijbaasde
hijbaasde
wijbaasden
julliebaasden
zijbaasden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gebaasd
jijhad gebaasd
hijhad gebaasd
wijhadden gebaasd
julliehadden gebaasd
zijhadden gebaasd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bazen
jijzult bazen
hijzal bazen
wijzullen bazen
julliezullen bazen
zijzullen bazen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gebaasd hebben
jijzult gebaasd hebben
hijzal gebaasd hebben
wijzullen gebaasd hebben
julliezullen gebaasd hebben
zijzullen gebaasd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bazen
jijzou bazen
hijzou bazen
wijzouden bazen
julliezouden bazen
zijzouden bazen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gebaasd hebben
jijzou gebaasd hebben
hijzou gebaasd hebben
wijzouden gebaasd hebben
julliezouden gebaasd hebben
zijzouden gebaasd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbaas

Verbs conjugated like 'bazen'

blozen, grazen, liefkozen, verbazen, vrezen,

Verbs similar to 'bazen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch basen, from Old Dutch *bason, from Proto-West Germanic *basōn. See: Old Dutch '*bason'.

Verbs referencing "bazen"

English baze.

Additional Information