afdoen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of afdoen

The word "afdoen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: afdoen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: afdoend
Past participle - Verleden deelwoord: afgedod

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdo af
jijdot af
hijdot af
wijdoen af
julliedoen af
zijdoen af

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb afgedod
jijhebt afgedod
hijheeft afgedod
wijhebben afgedod
julliehebben afgedod
zijhebben afgedod

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdode af
jijdode af
hijdode af
wijdoden af
julliedoden af
zijdoden af

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad afgedod
jijhad afgedod
hijhad afgedod
wijhadden afgedod
julliehadden afgedod
zijhadden afgedod

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal afdoen
jijzult afdoen
hijzal afdoen
wijzullen afdoen
julliezullen afdoen
zijzullen afdoen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal afgedod hebben
jijzult afgedod hebben
hijzal afgedod hebben
wijzullen afgedod hebben
julliezullen afgedod hebben
zijzullen afgedod hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou afdoen
jijzou afdoen
hijzou afdoen
wijzouden afdoen
julliezouden afdoen
zijzouden afdoen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou afgedod hebben
jijzou afgedod hebben
hijzou afgedod hebben
wijzouden afgedod hebben
julliezouden afgedod hebben
zijzouden afgedod hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdo af

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Het was een zware dag geweest, ze deed haar mantel af, plofte in de luie stoel en gooide haar benen op de poef. (It had been a tough day, she took off her jacket, dropped in the armchair and threw her legs on the pouffe.)

Etymology

From Middle Dutch afdoen. Equivalent to af + doen.

Verbs referencing "afdoen"

German, old spelling abtun.

Additional Information