zijdehoen – Dutch noun declension

Dutch noun forms of zijdehoen

Noun: zijdehoen
Gender: Neuter Hyphenation:
Sg.zijdehoen
Pl.zijdehoenders; zijdehoenderen

Sample Sentences

Nouns inflected like zijdehoen

boshoen, steppenhoen, berghoen, berkhoen, zandhoen, steppehoen, zijdehoen,

Etymology

Compound of zijde (“silk”) + hoen (“fowl; chicken”).

Translations