zegenen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of zegenen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: zegenen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: zegenend
Past participle - Verleden deelwoord: gezegend

Cognates

See the 5 cognates of zegenen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikzegen
jijzegent
hijzegent
wijzegenen
julliezegenen
zijzegenen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gezegend
jijhebt gezegend
hijheeft gezegend
wijhebben gezegend
julliehebben gezegend
zijhebben gezegend

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikzegende
jijzegende
hijzegende
wijzegenden
julliezegenden
zijzegenden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gezegend
jijhad gezegend
hijhad gezegend
wijhadden gezegend
julliehadden gezegend
zijhadden gezegend

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal zegenen
jijzult zegenen
hijzal zegenen
wijzullen zegenen
julliezullen zegenen
zijzullen zegenen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gezegend hebben
jijzult gezegend hebben
hijzal gezegend hebben
wijzullen gezegend hebben
julliezullen gezegend hebben
zijzullen gezegend hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou zegenen
jijzou zegenen
hijzou zegenen
wijzouden zegenen
julliezouden zegenen
zijzouden zegenen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gezegend hebben
jijzou gezegend hebben
hijzou gezegend hebben
wijzouden gezegend hebben
julliezouden gezegend hebben
zijzouden gezegend hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijzegen

Translations

  • bless, confer blessing on
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    consacreren
    inwijden
    begiftigen
    begunstigen, opschepen
    loven
    prijzen

    Sample Sentences

    • [...] goede raadgevingen mijns vaders in de gedachten, en vervolgens zijne voorspelling, die ik in het begin van mijne geschiedenis vermeld heb, namelijk, dat als ik dezen dwazen stap deed, God mij niet zegenen zoude, en ik nog lang berouw zou hebben, dat ik zijn raad in den wind geslagen had, als er niemand was om mij te helpen dien te herstellen. Nu, zeide ik luid, zijn mijns vaders woorden vervuld, Gods [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] verscheurende dieren; er waren geene venijnige dieren of giftige planten, geene wilden om mij te slagten. Kortom, schoon mijn leven aan den eenen kant zeer treurig was, was het aan den anderen kant gezegend; zoo ik slechts een regt besef had van Gods goedheid en zorg voor mij, en hieruit mijne dagelijksche vertroosting putte. Toen ik deze dingen goed inzag, was ik niet meer ter nedergeslagen. (Robinson Crusoe)
    • Men zou denken, dat ik in een toestand, zoo gezegend in alle opzigten, buiten alle gevaren was, en dit zou ook zoo geweest zijn als ik niet tot een zwervend leven bestemd was geweest. Ik had vrouw noch kinderen, weinig bloedverwanten, en hoezeer rijk, [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch segenen, from Old Dutch *seginon, from Latin signāre. By surface analysis, zegen + -en. Cognate to German segnen, English sain. Doublet of seinen. See: Old Dutch '*seginon', German, old spelling 'segnen', English 'sain'.

    Verbs referencing "zegenen"

    English sain, German, old spelling segnen, German, Pennsylvania segne, Luxembourgish seenen, Afrikaans seën, Old English segnian.

    Additional Information