Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: wijzen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: wijzend
Past participle - Verleden deelwoord: gewezen
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | wijs |
| jij | wijst |
| hij | wijst |
| wij | wijzen |
| jullie | wijzen |
| zij | wijzen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gewezen |
| jij | hebt gewezen |
| hij | heeft gewezen |
| wij | hebben gewezen |
| jullie | hebben gewezen |
| zij | hebben gewezen |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | wees |
| jij | wees |
| hij | wees |
| wij | wezen |
| jullie | wezen |
| zij | wezen |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gewezen |
| jij | had gewezen |
| hij | had gewezen |
| wij | hadden gewezen |
| jullie | hadden gewezen |
| zij | hadden gewezen |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal wijzen |
| jij | zult wijzen |
| hij | zal wijzen |
| wij | zullen wijzen |
| jullie | zullen wijzen |
| zij | zullen wijzen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gewezen hebben |
| jij | zult gewezen hebben |
| hij | zal gewezen hebben |
| wij | zullen gewezen hebben |
| jullie | zullen gewezen hebben |
| zij | zullen gewezen hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou wijzen |
| jij | zou wijzen |
| hij | zou wijzen |
| wij | zouden wijzen |
| jullie | zouden wijzen |
| zij | zouden wijzen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gewezen hebben |
| jij | zou gewezen hebben |
| hij | zou gewezen hebben |
| wij | zouden gewezen hebben |
| jullie | zouden gewezen hebben |
| zij | zouden gewezen hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs similar to 'wijzen'
rijzen,
wijden,
wijken,
wijten,
afwijzen,
bewijzen,
bijten,
hijgen,
hijsen,
kiezen,
Translations
point, to extend finger
Sample Sentences
-
Dit jaar was voor mij het aangenaamste van allen, die ik hier doorgebragt had, Vrijdag begon tamelijk wel te spreken en kende spoedig de namen van al wat ik hem wijzen kon, en van elke plaats, waar ik hem naar toe zenden kon. Ik begon dus thans mijne tong weder te kunnen gebruiken, waartoe ik, om te spreken bedoel ik, tot hiertoe weinig gelegenheid had gehad. [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] wij velden, behalve dat hij veel naar verwhout geleek. Vrijdag was er voor den stam met vuur uit te hollen, maar ik zeide hem dit liever met werktuigen te doen, en nadat ik hem het gebruik daarvan gewezen had, kon hij er spoedig goed mede te regt. Na eene maand harden arbeid, hadden wij hem af, en zeer goed gevormd, vooral toen wij met onze bijlen, die ik hem had leeren behandelen, er de goede [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] kant, die het digtst bij hen was, behalve, dat een uithoek van het bosch mij van hen afscheidde. Hier gekomen riep ik Vrijdag zachtjes bij mij, en hem een grooten boom, die juist aan den hoek stond, wijzende, gelastte ik hem daarin te klimmen, en mij tijding te brengen als hij duidelijk zien kon wat zij verrigtten. Dit deed hij en kwam onmiddellijk terug, zeggende, dat men ze vandaar duidelijk zien kon; [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] was, en nog niet weten wat er van te denken. " " Waar zijn die schelmen, uwe vijanden ? " vroeg ik. " Weet gij waar zij heengegaan zijn ? " — " Daar zijn zij, mijnheer, " zeide hij, naar een bosch wijzende. " Ik beef van angst, dat zij ons gezien en u hebben hooren spreken, want dan zullen zij ons zeker allen vermoorden. " " Hebben zij vuurwapenen ? " vroeg ik. Hij zeide, dat zij slechts twee geweren [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch wisen, from Old Dutch wīsen, from Proto-West Germanic *wīsijan, from Proto-Germanic *wīsijaną. See: Middle Dutch '
wisen', Proto-Germanic '
*wīsijaną'.
Verbs referencing "wijzen"
Danish
vise, Luxembourgish
weisen, Afrikaans
wys.
Additional Information