wervelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of wervelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: wervelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: wervelend
Past participle - Verleden deelwoord: gewerveld

Cognates

See the 4 cognates of wervelen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikwervel
jijwervelt
hijwervelt
wijwervelen
julliewervelen
zijwervelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gewerveld
jijhebt gewerveld
hijheeft gewerveld
wijhebben gewerveld
julliehebben gewerveld
zijhebben gewerveld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwervelde
jijwervelde
hijwervelde
wijwervelden
julliewervelden
zijwervelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gewerveld
jijhad gewerveld
hijhad gewerveld
wijhadden gewerveld
julliehadden gewerveld
zijhadden gewerveld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal wervelen
jijzult wervelen
hijzal wervelen
wijzullen wervelen
julliezullen wervelen
zijzullen wervelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gewerveld hebben
jijzult gewerveld hebben
hijzal gewerveld hebben
wijzullen gewerveld hebben
julliezullen gewerveld hebben
zijzullen gewerveld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou wervelen
jijzou wervelen
hijzou wervelen
wijzouden wervelen
julliezouden wervelen
zijzouden wervelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gewerveld hebben
jijzou gewerveld hebben
hijzou gewerveld hebben
wijzouden gewerveld hebben
julliezouden gewerveld hebben
zijzouden gewerveld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijwervel

Translations

  • agitate, agitate
  • flurry, agitate
  • flurry, move in a flurry
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch wervelen. By surface analysis, werven + -elen; this frequentative verb was formed from werven when that verb still had the meaning "to turn" (compare Old Dutch *wervan). This meaning is also seen in the related noun wervel (“vertebra”), which originally meant "something that turns or twists", referring perhaps to the shape of the spinal column.

    Verbs referencing "wervelen"

    English whirl.

    Additional Information