veulen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of veulen

The word "veulen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: veulen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: veulend
Past participle - Verleden deelwoord: geveuld

Cognates

See the 6 cognates of veulen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikveul
jijveult
hijveult
wijveulen
jullieveulen
zijveulen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geveuld
jijhebt geveuld
hijheeft geveuld
wijhebben geveuld
julliehebben geveuld
zijhebben geveuld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikveulde
jijveulde
hijveulde
wijveulden
jullieveulden
zijveulden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geveuld
jijhad geveuld
hijhad geveuld
wijhadden geveuld
julliehadden geveuld
zijhadden geveuld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal veulen
jijzult veulen
hijzal veulen
wijzullen veulen
julliezullen veulen
zijzullen veulen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geveuld hebben
jijzult geveuld hebben
hijzal geveuld hebben
wijzullen geveuld hebben
julliezullen geveuld hebben
zijzullen geveuld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou veulen
jijzou veulen
hijzou veulen
wijzouden veulen
julliezouden veulen
zijzouden veulen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geveuld hebben
jijzou geveuld hebben
hijzou geveuld hebben
wijzouden geveuld hebben
julliezouden geveuld hebben
zijzouden geveuld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijveul

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "veulen"

English foal.

Additional Information