vertwijfelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vertwijfelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vertwijfelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vertwijfelend
Past participle - Verleden deelwoord: vertwijfeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvertwijfel
jijvertwijfelt
hijvertwijfelt
wijvertwijfelen
jullievertwijfelen
zijvertwijfelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb vertwijfeld
jijhebt vertwijfeld
hijheeft vertwijfeld
wijhebben vertwijfeld
julliehebben vertwijfeld
zijhebben vertwijfeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvertwijfelde
jijvertwijfelde
hijvertwijfelde
wijvertwijfelden
jullievertwijfelden
zijvertwijfelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad vertwijfeld
jijhad vertwijfeld
hijhad vertwijfeld
wijhadden vertwijfeld
julliehadden vertwijfeld
zijhadden vertwijfeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vertwijfelen
jijzult vertwijfelen
hijzal vertwijfelen
wijzullen vertwijfelen
julliezullen vertwijfelen
zijzullen vertwijfelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal vertwijfeld hebben
jijzult vertwijfeld hebben
hijzal vertwijfeld hebben
wijzullen vertwijfeld hebben
julliezullen vertwijfeld hebben
zijzullen vertwijfeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vertwijfelen
jijzou vertwijfelen
hijzou vertwijfelen
wijzouden vertwijfelen
julliezouden vertwijfelen
zijzouden vertwijfelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou vertwijfeld hebben
jijzou vertwijfeld hebben
hijzou vertwijfeld hebben
wijzouden vertwijfeld hebben
julliezouden vertwijfeld hebben
zijzouden vertwijfeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvertwijfel

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From (rare) Middle Dutch vertwîvelen, most likely a calque of Middle High German verzwīveln (12th c., whence modern verzweifeln). By surface analysis, ver- + twijfelen (“to doubt”). See: Middle High German 'verzwīveln'.

Verbs referencing "vertwijfelen"

German, old spelling verzweifeln.

Additional Information