verpulveren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verpulveren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verpulveren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verpulverend
Past participle - Verleden deelwoord: verpulverd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverpulver
jijverpulvert
hijverpulvert
wijverpulveren
jullieverpulveren
zijverpulveren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verpulverd
jijhebt verpulverd
hijheeft verpulverd
wijhebben verpulverd
julliehebben verpulverd
zijhebben verpulverd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverpulverde
jijverpulverde
hijverpulverde
wijverpulverden
jullieverpulverden
zijverpulverden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verpulverd
jijhad verpulverd
hijhad verpulverd
wijhadden verpulverd
julliehadden verpulverd
zijhadden verpulverd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verpulveren
jijzult verpulveren
hijzal verpulveren
wijzullen verpulveren
julliezullen verpulveren
zijzullen verpulveren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verpulverd hebben
jijzult verpulverd hebben
hijzal verpulverd hebben
wijzullen verpulverd hebben
julliezullen verpulverd hebben
zijzullen verpulverd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verpulveren
jijzou verpulveren
hijzou verpulveren
wijzouden verpulveren
julliezouden verpulveren
zijzouden verpulveren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verpulverd hebben
jijzou verpulverd hebben
hijzou verpulverd hebben
wijzouden verpulverd hebben
julliezouden verpulverd hebben
zijzouden verpulverd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverpulver

Translations

  • destroy, (colloquial) to defeat soundly
  • grind, to reduce to smaller pieces
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From pulver + ver- -en.

    Additional Information