verenigen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verenigen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verenigen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verenigend
Past participle - Verleden deelwoord: verenigd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverenig
jijverenigt
hijverenigt
wijverenigen
jullieverenigen
zijverenigen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verenigd
jijhebt verenigd
hijheeft verenigd
wijhebben verenigd
julliehebben verenigd
zijhebben verenigd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverenigde
jijverenigde
hijverenigde
wijverenigden
jullieverenigden
zijverenigden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verenigd
jijhad verenigd
hijhad verenigd
wijhadden verenigd
julliehadden verenigd
zijhadden verenigd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verenigen
jijzult verenigen
hijzal verenigen
wijzullen verenigen
julliezullen verenigen
zijzullen verenigen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verenigd hebben
jijzult verenigd hebben
hijzal verenigd hebben
wijzullen verenigd hebben
julliezullen verenigd hebben
zijzullen verenigd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verenigen
jijzou verenigen
hijzou verenigen
wijzouden verenigen
julliezouden verenigen
zijzouden verenigen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verenigd hebben
jijzou verenigd hebben
hijzou verenigd hebben
wijzouden verenigd hebben
julliezouden verenigd hebben
zijzouden verenigd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverenig

Translations

  • band, (intransitive) to group together for a common purpose
  • combine, have two or more things or properties that function together
  • epitomize, be an epitome
  • join, to combine more than one item into one; to put together
  • subsume, to consider an occurrence as part of a principle or rule
  • unify, cause to become one
  • unite, (transitive) to bring together as one
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    concentreren
    bijeenkomen, samenbundelen
    liëren
    samenvoegen, verbinden
    paren
    combineren
    samenbrengen
    bijeenbrengen, compileren, verzamelen

    Sample Sentences

    Etymology

    Analysable as enig + ver- -en. Compare German vereinigen, Yiddish פֿאַראייניקן (fareynikn).

    Additional Information