verdraaien – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verdraaien

The word "verdraaien" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verdraaien
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verdraaiend
Past participle - Verleden deelwoord: verdraaid

Cognates

See the 2 cognates of verdraaien

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverdraai
jijverdraait
hijverdraait
wijverdraaien
jullieverdraaien
zijverdraaien

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verdraaid
jijhebt verdraaid
hijheeft verdraaid
wijhebben verdraaid
julliehebben verdraaid
zijhebben verdraaid

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverdraaide
jijverdraaide
hijverdraaide
wijverdraaiden
jullieverdraaiden
zijverdraaiden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verdraaid
jijhad verdraaid
hijhad verdraaid
wijhadden verdraaid
julliehadden verdraaid
zijhadden verdraaid

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verdraaien
jijzult verdraaien
hijzal verdraaien
wijzullen verdraaien
julliezullen verdraaien
zijzullen verdraaien

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verdraaid hebben
jijzult verdraaid hebben
hijzal verdraaid hebben
wijzullen verdraaid hebben
julliezullen verdraaid hebben
zijzullen verdraaid hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verdraaien
jijzou verdraaien
hijzou verdraaien
wijzouden verdraaien
julliezouden verdraaien
zijzouden verdraaien

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verdraaid hebben
jijzou verdraaid hebben
hijzou verdraaid hebben
wijzouden verdraaid hebben
julliezouden verdraaid hebben
zijzouden verdraaid hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverdraai

Translations

  • distort, to give false account of
  • fudge, To alter something from its true state
  • wry, to twist
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    1. From ver- + draaien.
    2. Cognate to English forthrow & German verdrehen. See: English 'forthrow', German, old spelling 'verdrehen'.

    Additional Information