verdienen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verdienen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verdienen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verdienend
Past participle - Verleden deelwoord: verdiend

Cognates

See the 3 cognates of verdienen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverdien
jijverdient
hijverdient
wijverdienen
jullieverdienen
zijverdienen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verdiend
jijhebt verdiend
hijheeft verdiend
wijhebben verdiend
julliehebben verdiend
zijhebben verdiend

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverdiende
jijverdiende
hijverdiende
wijverdienden
jullieverdienden
zijverdienden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verdiend
jijhad verdiend
hijhad verdiend
wijhadden verdiend
julliehadden verdiend
zijhadden verdiend

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verdienen
jijzult verdienen
hijzal verdienen
wijzullen verdienen
julliezullen verdienen
zijzullen verdienen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verdiend hebben
jijzult verdiend hebben
hijzal verdiend hebben
wijzullen verdiend hebben
julliezullen verdiend hebben
zijzullen verdiend hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verdienen
jijzou verdienen
hijzou verdienen
wijzouden verdienen
julliezouden verdienen
zijzouden verdienen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verdiend hebben
jijzou verdiend hebben
hijzou verdiend hebben
wijzouden verdiend hebben
julliezouden verdiend hebben
zijzouden verdiend hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverdien

Translations

  • deserve, to merit
  • earn, gain through applied effort or work
  • earn, transitive: receive (money) for working
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    beuren
    ontvangen, vangen

    Sample Sentences

    • [...] gaan daarmede gepaard. Langs dezen weg gaat men onopgemerkt en zonder moeite de wereld door, bevrijd van zwaren hand- en hoofdarbeid, niet gedoemd tot eene dagelijksche slavernij om zijn brood te verdienen, noch tot zulke ingewikkelde zaken, die de ziel van haren vrede, het ligchaam van zijne rust berooven; verwijderd van de knagingen der afgunst, niet verteerd door bedekte eerzucht; aldus wandelt men [...] (Robinson Crusoe)
    • Nog eene bedenking vertroostte mijn geest, en deze was, als ik mijn tegenwoordigen toestand vergeleek met dien, welken ik verdiende, en dus billijk van de Voorzienigheid had mogen verwachten. Ik had geleefd buiten alle kennis en vreeze Gods. Wel hadden mijne ouders mij onderwezen en vroegtijdig getracht mij de vreeze Gods in te [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] overwoog, welke bijzondere bestieringen ik sedert mijne komst alhier had ontwaard, en hoe goedertieren God met mij gehandeld had; hoe Hij mij niet alleen minder gestraft had, dan mijne overtredingen verdienden, maar zoo genadig voor mij gezorgd had; gaf dit mij groote hoop, dat God mijn berouw had aangenomen, en ik nog in ' t vervolg op zijne goedertierenheid hopen mogt. (Robinson Crusoe)
    • [...] onzen rijkdom zoo vermeerderd zou hebben, dat wij gemakkelijk hen voor onze deur hadden kunnen koopen, van degenen, wier taak het was hen te halen. Al had dit iets meer gekost, die hooger prijs verdiende niet met zoo veel gevaar uitgewonnen te worden. Maar gewoonlijk handelen jonge lieden zoo, terwijl zij eerst bij meerdere jaren en duurgekochte ervaring de dwaasheid daarvan inzien. Zoo ging het mij [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] mogten te zijn, wij op bevrijding, hetzij dan levend of door den dood, behoorden bedacht te zijn. Ik vroeg hem wat hij van mijne lotgevallen dacht, en of hij niet meende, dat eene bevrijding wel verdiende, dat men er iets voor waagde. " En waar, " zeide ik, " blijft uw geloof, dat ik hier gespaard ben geworden, ten einde u het leven te redden, hetwelk u kort geleden zoo veel moeds gaf ? Wat mij [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] dat mijn compagnon hen jaarlijks prompt verrekening deed, waarvan zij de helft ontvingen. Ik vroeg hem of hij wist hoe ver de verbeteringen der plantaadje gegaan waren, en of hij begreep dat zij verdiende opgezocht te worden, of als ik daarheen ging, mij mijn regt op de helft niet zou betwist worden. Hij zeide mij niet juist te kunnen bepalen, wat de plantaadje waard was, maar dat mijn compagnon [...] (Robinson Crusoe)
    • Daarop schreef ik een dankbaren brief aan mijne twee gemagtigden, met al de erkentelijkheid, die hunne braafheid en eerlijkheid verdienden; hun eenig geschenk te zenden, ware water in de zee dragen geweest. Eindelijk schreef ik aan mijn compagnon mijn dank, voor de verbetering mijner plantaadje, en zijn ijver daarin; gaf hem last [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch verdienen, from Old Dutch farthienon. Equivalent to ver- + dienen. See: Old Dutch 'farthienon'.

    Verbs referencing "verdienen"

    Swedish förtjäna.

    Additional Information