Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: verbrijzelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verbrijzelend
Past participle - Verleden deelwoord: verbrijzeld
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | verbrijzel |
| jij | verbrijzelt |
| hij | verbrijzelt |
| wij | verbrijzelen |
| jullie | verbrijzelen |
| zij | verbrijzelen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb verbrijzeld |
| jij | hebt verbrijzeld |
| hij | heeft verbrijzeld |
| wij | hebben verbrijzeld |
| jullie | hebben verbrijzeld |
| zij | hebben verbrijzeld |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | verbrijzelde |
| jij | verbrijzelde |
| hij | verbrijzelde |
| wij | verbrijzelden |
| jullie | verbrijzelden |
| zij | verbrijzelden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had verbrijzeld |
| jij | had verbrijzeld |
| hij | had verbrijzeld |
| wij | hadden verbrijzeld |
| jullie | hadden verbrijzeld |
| zij | hadden verbrijzeld |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal verbrijzelen |
| jij | zult verbrijzelen |
| hij | zal verbrijzelen |
| wij | zullen verbrijzelen |
| jullie | zullen verbrijzelen |
| zij | zullen verbrijzelen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal verbrijzeld hebben |
| jij | zult verbrijzeld hebben |
| hij | zal verbrijzeld hebben |
| wij | zullen verbrijzeld hebben |
| jullie | zullen verbrijzeld hebben |
| zij | zullen verbrijzeld hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou verbrijzelen |
| jij | zou verbrijzelen |
| hij | zou verbrijzelen |
| wij | zouden verbrijzelen |
| jullie | zouden verbrijzelen |
| zij | zouden verbrijzelen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou verbrijzeld hebben |
| jij | zou verbrijzeld hebben |
| hij | zou verbrijzeld hebben |
| wij | zouden verbrijzeld hebben |
| jullie | zouden verbrijzeld hebben |
| zij | zouden verbrijzeld hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'verbrijzelen'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'verbrijzelen'
verbeuzelen,
verbroddelen,
verbrokkelen,
verijdelen,
vertwijfelen,
overprikkelen,
verbabbelen,
verbieden,
verbijsteren,
verbitteren,
Translations
shatter, to violently break something into pieces
shatter, to smash, or break into tiny pieces
Sample Sentences
-
[...] het vaartuig, waarvan men ons te hulp was gekomen, te bereiken, en besloten dus de boot te laten drijven en zoo veel mogelijk haar naar den wal te roeijen, en onze kapitein beloofde, dat als de boot verbrijzelde, hij die aan hunnen kapitein zou betalen. Aldus kwamen wij deels roeijende, deels drijvende, bij Wintertonness aan wal.
(Robinson Crusoe)
-
[...] vader zou, even als die in de gelijkenis van den verloren zoon, zelfs het gemeste kalf geslagt hebben; want na gehoord te hebben dat het schip, waarop ik gegaan was, op de reede van Yarmouth was verbrijzeld, duurde het lang, alvorens hij vernam dat ik niet verdronken was.
(Robinson Crusoe)
-
[...] of vast land, bewoond of onbewoond was. Daar de wind nog hevig was, schoon het niet meer zoo geweldig stormde, konden wij niet hopen, dat het schip het langer dan eenige minuten kon houden, zonder verbrijzeld te worden, ten ware de wind, door een wonder, onmiddellijk omliep. Kortom, wij zagen elkander aan, en verwachtten elk oogenblik den dood; ons voorbereidende op den overgang in eene andere wereld, [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] en wij moesten slechts denken, het lijf er af te brengen. Wij hadden de boot aan den spiegel hangen toen de storm begon, maar zij was eerst tegen het roer beschadigd en vervolgens door de zeeën verbrijzeld of weggeslagen; in een woord deze was voor ons verloren. Wij hadden nog wel eene boot op het dek, maar of wij die in zee konden brengen was twijfelachtig. Er was echter geen tijd tot beraad, want [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] maar of wij die in zee konden brengen was twijfelachtig. Er was echter geen tijd tot beraad, want alle oogenblikken wachtten wij, dat het schip in stukken zou breken, en sommigen riepen, dat het al verbrijzeld was.
(Robinson Crusoe)
-
[...] met bezwaarde harten, als mannen, die hun doodvonnis te gemoet gingen, want wij allen wisten zeer goed, dat als wij digt bij het strand kwamen, de branding alsdan de boot in duizend stukken zou verbrijzelen. Wij bevalen Gode onze ziel, en terwijl de wind ons naar de kust dreef, verhaastten wij de beslissing van ons lot, door zoo hard wij konden naar den wal te roeijen. Hoe het strand was, klippen of [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] eenig touwwerk en zeilen, en wat mij maar van dienst zou kunnen zijn. Ik besloot dus, zoo mogelijk nog eene reis naar het schip te doen, en daar ik wist, dat de eerste opkomende storm het noodwendig verbrijzelen moest, besloot ik mij nergens mede bezig te houden, voor ik al wat ik kon uit het schip had gehaald. Ik belegde toen scheepsraad, dat wil zeggen in mijne gedachten, of ik zou trachten met het vlot [...]
(Robinson Crusoe)
-
25 October. Het regende den geheelen nacht en dag, met eenige windvlagen, gedurende welken tijd het schip verbrijzeld werd, en er niets meer van te zien bleef, dan alleen bij laag water het wrak. Ik bragt den dag door met de goederen, die ik gered had, te bergen en te bedekken, opdat de regen ze niet zou bederven.
(Robinson Crusoe)
-
[...] waren. Dan weder verbeeldde ik mij, dat zij vroeger hunne boot zouden verloren hebben, gelijk meermalen gebeurt, vooral door het overkomen van zware stortzeeën, die het volk dikwijls dwingen de verbrijzelde sloep met eigen handen over boord te werpen. Dan weder vermoedde ik, dat zij andere schepen bij zich hadden gehad, en deze op hunne noodschoten hen opgenomen en gered hadden. Dan weder verbeeldde ik [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] " Ware er slechts één, slechts één mensch het ontkomen ! " Duizendmaal, geloof ik, herhaalde ik deze woorden, en dan wrong ik zoo hevig de handen, dat zoo er eenig voorwerp in geweest ware, het verbrijzeld zou geworden zijn, en ik klemde mijne tanden zoo stijf opeen, dat ik eenigen tijd den mond niet openen kon. De natuurkundigen mogen mijnenthalve het verklaren; ik kan slechts mededeelen wat er [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From ver- + brijzelen. Brijzelen comes from Middle Dutch briselen (“to break”), alternative form of brisen, from Old French briser, brisier. See: Old French '
brisier'.
Additional Information