uitstaan – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of uitstaan

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: uitstaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uitstaand
Past participle - Verleden deelwoord: uitgestaan

Cognates

See the 3 cognates of uitstaan

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksta uit
jijstaat uit
hijstaat uit
wijstaan uit
julliestaan uit
zijstaan uit

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb uitgestaan
jijhebt uitgestaan
hijheeft uitgestaan
wijhebben uitgestaan
julliehebben uitgestaan
zijhebben uitgestaan

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstond uit
jijstond uit
hijstond uit
wijstonden uit
julliestonden uit
zijstonden uit

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad uitgestaan
jijhad uitgestaan
hijhad uitgestaan
wijhadden uitgestaan
julliehadden uitgestaan
zijhadden uitgestaan

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal uitstaan
jijzult uitstaan
hijzal uitstaan
wijzullen uitstaan
julliezullen uitstaan
zijzullen uitstaan

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal uitgestaan hebben
jijzult uitgestaan hebben
hijzal uitgestaan hebben
wijzullen uitgestaan hebben
julliezullen uitgestaan hebben
zijzullen uitgestaan hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou uitstaan
jijzou uitstaan
hijzou uitstaan
wijzouden uitstaan
julliezouden uitstaan
zijzouden uitstaan

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou uitgestaan hebben
jijzou uitgestaan hebben
hijzou uitgestaan hebben
wijzouden uitgestaan hebben
julliezouden uitgestaan hebben
zijzouden uitgestaan hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsta uit

Translations

  • stand, to tolerate
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    maken
    breken, kleinmaken, stukslaan
    dulden
    lijden, verdragen, verduren

    Sample Sentences

    • Men kan zich ligt voorstellen in welken toestand ik was, terwijl dit alles voorviel; ik, pas op zee gekomen, en die zoo kort geleden zoo veel angst had uitgestaan. Doch, bijaldien ik na een zoo lang tijdverloop, de denkbeelden, die mij toen bezig hielden, mij nog kan te binnen brengen, dunkt mij, dat mijn vorig berouw en de verstoktheid, waarmede ik dit had [...] (Robinson Crusoe)
    • 13 November. Dezen dag regende het, hetgeen mij zeer verfrischte, en de aarde verkoelde; maar de regen ging met een verschrikkelijk onweder gepaard, hetgeen mij voor mijn kruid veel angst deed uitstaan. Zoodra dat voorbij was, besloot ik al mijn kruid in kleine gedeelten te bergen, opdat het geen gevaar zou loopen. (Robinson Crusoe)
    • 21 Junij. Zeer ziek, en doodsangst uitstaande over mijn jammerlijken toestand, ziek te zijn zonder hulp. Ik bad tot God de eerste maal sedert den storm voor Hull; maar wist naauwelijks wat ik zeide, daar mijne denkbeelden geheel verward waren. (Robinson Crusoe)
    • Dit herinnerde mij hoe ik voor de eerste maal aan land kwam en in het rond zag; hoe ik mij verloren achtte, hoe ik verwilderd in het rond staarde, welken schrikkelijken angst ik uitstond, en hoe ik, uit vrees voor wilde dieren, den geheelen nacht op een boom doorbragt. Even als ik dien nacht niets wist van den onderstand, dien ik ontvangen zou, doordien wind en tij het schip digter [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] niets kunnen mededeelen, dan hetgeen anderen beter vóór mij gedaan hebben. Ik reisde van Toulouse naar Parijs en kwam kort daarop te Calais en landde veilig te Dover den 14 Januarij, na veel koude uitgestaan te hebben. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From uit (“out”) + staan (“to stand”). Compare German ausstehen. See: German, old spelling 'ausstehen'.

    Verbs referencing "uitstaan"

    English outstand, German, old spelling ausstehen, Frisian, Saterlandic uutstounde.

    Additional Information