toedoen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of toedoen

The word "toedoen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: toedoen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: toedoend
Past participle - Verleden deelwoord: toegedod

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdo toe
jijdot toe
hijdot toe
wijdoen toe
julliedoen toe
zijdoen toe

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb toegedod
jijhebt toegedod
hijheeft toegedod
wijhebben toegedod
julliehebben toegedod
zijhebben toegedod

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdode toe
jijdode toe
hijdode toe
wijdoden toe
julliedoden toe
zijdoden toe

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad toegedod
jijhad toegedod
hijhad toegedod
wijhadden toegedod
julliehadden toegedod
zijhadden toegedod

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal toedoen
jijzult toedoen
hijzal toedoen
wijzullen toedoen
julliezullen toedoen
zijzullen toedoen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal toegedod hebben
jijzult toegedod hebben
hijzal toegedod hebben
wijzullen toegedod hebben
julliezullen toegedod hebben
zijzullen toegedod hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou toedoen
jijzou toedoen
hijzou toedoen
wijzouden toedoen
julliezouden toedoen
zijzouden toedoen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou toegedod hebben
jijzou toegedod hebben
hijzou toegedod hebben
wijzouden toegedod hebben
julliezouden toegedod hebben
zijzouden toegedod hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdo toe

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

1. From toe (“towards”) + doen (“to do”).
2. Cognate to German zutun See: German, old spelling 'zutun'.

Additional Information