tegenvallen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of tegenvallen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: tegenvallen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: tegenvallend
Past participle - Verleden deelwoord: tegengevallen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikval tegen
jijvalt tegen
hijvalt tegen
wijvallen tegen
jullievallen tegen
zijvallen tegen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb tegengevallen
jijhebt tegengevallen
hijheeft tegengevallen
wijhebben tegengevallen
julliehebben tegengevallen
zijhebben tegengevallen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikviel tegen
jijviel tegen
hijviel tegen
wijvielen tegen
jullievielen tegen
zijvielen tegen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad tegengevallen
jijhad tegengevallen
hijhad tegengevallen
wijhadden tegengevallen
julliehadden tegengevallen
zijhadden tegengevallen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal tegenvallen
jijzult tegenvallen
hijzal tegenvallen
wijzullen tegenvallen
julliezullen tegenvallen
zijzullen tegenvallen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal tegengevallen hebben
jijzult tegengevallen hebben
hijzal tegengevallen hebben
wijzullen tegengevallen hebben
julliezullen tegengevallen hebben
zijzullen tegengevallen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou tegenvallen
jijzou tegenvallen
hijzou tegenvallen
wijzouden tegenvallen
julliezouden tegenvallen
zijzouden tegenvallen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou tegengevallen hebben
jijzou tegengevallen hebben
hijzou tegengevallen hebben
wijzouden tegengevallen hebben
julliezouden tegengevallen hebben
zijzouden tegengevallen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijval tegen

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

teleurstellen
desillusioneren, ontgoochelen

Sample Sentences

  • De film viel tegen in vergelijking met de recensies. (The movie was worse than expected compared to the reviews.)
  • Het eten in het restaurant viel tegen. (The food in the restaurant disappointed.)
  • De resultaten van het project vielen tegen. (The results of the project were worse than expected.)

Etymology

From tegen + vallen.

Additional Information