sluimeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of sluimeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: sluimeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: sluimerend
Past participle - Verleden deelwoord: gesluimerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksluimer
jijsluimert
hijsluimert
wijsluimeren
julliesluimeren
zijsluimeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gesluimerd
jijhebt gesluimerd
hijheeft gesluimerd
wijhebben gesluimerd
julliehebben gesluimerd
zijhebben gesluimerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksluimerde
jijsluimerde
hijsluimerde
wijsluimerden
julliesluimerden
zijsluimerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gesluimerd
jijhad gesluimerd
hijhad gesluimerd
wijhadden gesluimerd
julliehadden gesluimerd
zijhadden gesluimerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal sluimeren
jijzult sluimeren
hijzal sluimeren
wijzullen sluimeren
julliezullen sluimeren
zijzullen sluimeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gesluimerd hebben
jijzult gesluimerd hebben
hijzal gesluimerd hebben
wijzullen gesluimerd hebben
julliezullen gesluimerd hebben
zijzullen gesluimerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou sluimeren
jijzou sluimeren
hijzou sluimeren
wijzouden sluimeren
julliezouden sluimeren
zijzouden sluimeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gesluimerd hebben
jijzou gesluimerd hebben
hijzou gesluimerd hebben
wijzouden gesluimerd hebben
julliezouden gesluimerd hebben
zijzouden gesluimerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsluimer

Translations

  • slumber, to be in a very light state of sleep
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • [...] verschrikkingen, zich voor mijne oogen vertoonde; nu mijn moed door eene zware ongesteldheid vernietigd werd, en de natuur door de hevigheid der koorts uitgeput was; begon mijn geweten, dat zoo lang gesluimerd had, te ontwaken. Ik verweet mij mijn vorig leven, dat mij zoo blijkbaar de straffende hand Gods op den hals had gehaald. Deze overwegingen kwelden mij van den tweeden of derden dag mijner ziekte, [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch slumerende, from Old Dutch *slumen.

    Verbs referencing "sluimeren"

    English slumber, German, old spelling schlummern.

    Additional Information