slijmen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of slijmen

The word "slijmen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: slijmen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: slijmend
Past participle - Verleden deelwoord: geslijmd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikslijm
jijslijmt
hijslijmt
wijslijmen
jullieslijmen
zijslijmen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geslijmd
jijhebt geslijmd
hijheeft geslijmd
wijhebben geslijmd
julliehebben geslijmd
zijhebben geslijmd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikslijmde
jijslijmde
hijslijmde
wijslijmden
jullieslijmden
zijslijmden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geslijmd
jijhad geslijmd
hijhad geslijmd
wijhadden geslijmd
julliehadden geslijmd
zijhadden geslijmd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal slijmen
jijzult slijmen
hijzal slijmen
wijzullen slijmen
julliezullen slijmen
zijzullen slijmen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geslijmd hebben
jijzult geslijmd hebben
hijzal geslijmd hebben
wijzullen geslijmd hebben
julliezullen geslijmd hebben
zijzullen geslijmd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou slijmen
jijzou slijmen
hijzou slijmen
wijzouden slijmen
julliezouden slijmen
zijzouden slijmen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geslijmd hebben
jijzou geslijmd hebben
hijzou geslijmd hebben
wijzouden geslijmd hebben
julliezouden geslijmd hebben
zijzouden geslijmd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijslijm

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From slijm + -en.

Additional Information