overwinteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of overwinteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: overwinteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: overwinterend
Past participle - Verleden deelwoord: overgewinterd

Cognates

See the 3 cognates of overwinteren

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikwinter over
jijwintert over
hijwintert over
wijwinteren over
julliewinteren over
zijwinteren over

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb overgewinterd
jijhebt overgewinterd
hijheeft overgewinterd
wijhebben overgewinterd
julliehebben overgewinterd
zijhebben overgewinterd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwinterde over
jijwinterde over
hijwinterde over
wijwinterden over
julliewinterden over
zijwinterden over

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad overgewinterd
jijhad overgewinterd
hijhad overgewinterd
wijhadden overgewinterd
julliehadden overgewinterd
zijhadden overgewinterd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal overwinteren
jijzult overwinteren
hijzal overwinteren
wijzullen overwinteren
julliezullen overwinteren
zijzullen overwinteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal overgewinterd hebben
jijzult overgewinterd hebben
hijzal overgewinterd hebben
wijzullen overgewinterd hebben
julliezullen overgewinterd hebben
zijzullen overgewinterd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou overwinteren
jijzou overwinteren
hijzou overwinteren
wijzouden overwinteren
julliezouden overwinteren
zijzouden overwinteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou overgewinterd hebben
jijzou overgewinterd hebben
hijzou overgewinterd hebben
wijzouden overgewinterd hebben
julliezouden overgewinterd hebben
zijzouden overgewinterd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijwinter over

Translations

  • hibernate, spend winter time in a dormant or inactive state
  • overwinter, to spend the winter (in a particular place)
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Zij overwinterden altijd in Toscane. (They always used to spend the winter in Tuscany.)

    Etymology

    From Middle Dutch overwinteren. Compare German überwintern, English overwinter. By surface analysis, over- + winter + -en. See: German, old spelling 'überwintern', English 'overwinter'.

    Verbs referencing "overwinteren"

    English overwinter, German, old spelling überwintern, Swedish övervintra.

    Additional Information